Ik krijg relatieadvies.
Over het verschil tussen ratelen en babbelen.
Als ik gespannen ben, kan ik gaan ratelen. Dan praat ik snel, vul ik stiltes op en raak ik soms het contact met mezelf en de ander een beetje kwijt.
Maar ik babbel ook graag. Om gedachten te delen, zijpaden te bewandelen en hardop te mijmeren. Soms speelt eenzaamheid daarin mee: blij zijn dat er iemand is om tegenaan te praten.
En dan begint het wegen.
Praat ik te veel?
Luistert de ander te weinig?
Moet ik mezelf leren doseren?
Of maak ik mezelf al te klein?
Maar ook de reactie van de ander ontstaat niet in een vacuüm.
Misschien maakt iemand zich zorgen over zijn gezondheid, zijn werk of een naderend ontslag. Misschien dreigt er verlies – van een geliefde, zekerheid, toekomstperspectief of iets waarvoor nog geen woorden zijn. Er kan zoveel onder de oppervlakte meespelen, soms zonder dat iemand zich daar zelf volledig van bewust is.
Dat kan een andere verklaring geven voor iemands gedrag en verdient begrip. Maar het is geen vrijbrief om een ander te negeren, af te katten of steeds geïrriteerd te reageren.
En daar staat de weegschaal weer:
Aan de ene kant begrip voor wat iemand met zich meedraagt.
Aan de andere kant niet alles wat mij raakt wegverklaren vanuit dat begrip.
Relatieadvies blijkt zo al snel minder op advies te lijken en meer op een ingewikkelde risicoanalyse.
Misschien betekent mezelf zijn niet dat ik alles er ongefilterd uitgooi. Wel dat ik niet voortdurend hoef te controleren of mijn stem, aanwezigheid en levendigheid misschien te veel zijn.
En dat ik me niet alleen afvraag: Praat ik te veel?
Maar ook: Voel ik me hier voldoende gehoord?
← Denken met je handen → Een gehoorzaam kind
