Denken met je handen

We kijken bij kinderen naar een beperkt aantal ontwikkelingsaspecten, terwijl eigenschappen die later ontzettend belangrijk blijken, veel minder gewicht krijgen.

We meten wanneer een kind praat, hoe het leest, spelt en rekent en of het zich kan concentreren. Allemaal belangrijk.

Maar waar meten we wie mensen bij elkaar brengt? Wie goed kan onderhandelen? Wie initiatief neemt, nieuwsgierig is, oplossingen ziet? Of wie simpelweg beter leert door iets te doen?

Mijn dochters hebben me daar veel over geleerd. Ze hadden dyslexie, maar deden het opvallend goed op de Cito-toetsen en waren goed in tekstverklaring. Een tekst technisch verwerken en begrijpen wat een verhaal betekent, zijn blijkbaar niet hetzelfde.

Zelf had ik als kind weinig zitvlees. Gelukkig had ik een juf die dat doorhad. Ik mocht scharen halen, blokken wegbrengen en andere klusjes doen. Zo kon ik lekker even door de school lopen.

Ze probeerde mij niet passend te maken. Ze maakte de situatie een beetje passender voor mij.

Nu kijk ik naar mijn kleindochters en zie ik bij de jongsten opnieuw veel behoefte aan doen en bewegen. Kinderen die soms letterlijk met hun handen lijken te denken.

En dan vraag ik me af waarom onderwijs nog zo vaak op één bepaalde manier van leren lijkt.

Een kind dat rustig achter een tafel een werkblad invult, ziet eruit alsof het leert.

Een groep kinderen die samen een schuurtje bouwt, ziet er veel minder uit als onderwijs. Terwijl ze ondertussen rekenen, lezen, meten, plannen, onderhandelen, samenwerken, fouten maken en opnieuw beginnen.

Dit weekend had ik daar een discussie over. Want horen zulke praktische en sociale vaardigheden wel bij het onderwijs? Moeten kinderen die niet gewoon thuis leren?

Natuurlijk spelen ouders daarin een belangrijke rol. Maar we leven ook in een maatschappij waarin vaak beide ouders moeten werken, families verder uit elkaar wonen en veel van de vroegere sociale verbanden zijn verdwenen. We zeggen: It takes a village to raise a child. Maar ondertussen hebben we een groot deel van die village afgebroken en is de taak van ouders alleen maar zwaarder geworden.

Dat betekent niet dat de school de opvoeding moet overnemen. Wel dat school misschien een van de plekken is waar kinderen, samen met anderen, kunnen oefenen met vaardigheden die ze niet allemaal vanzelfsprekend thuis meekrijgen.

Natuurlijk moeten kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. En soms moeten ze ook gewoon iets doen waar ze geen zin in hebben.

Maar waarom moet leren zo vaak beginnen met stilzitten?

Misschien hoeven we niet steeds méér onderwijs te bedenken, maar moeten we beter leren herkennen wanneer kinderen aan het leren zijn.

Brain crash