Een gehoorzaam kind

Onlangs merkte ik een merkwaardige gedachte op. Wanneer een man het eten betaalt, voelt een deel van mij alsof hij daarna seks heeft verdiend. Niet omdat hij dat zegt. De rekening ontstaat in mijn hoofd: hij heeft iets voor mij gedaan, dus moet ik iets terugdoen.

Met mijn verstand weet ik dat het onzin is. Een etentje betaal je niet terug met je lichaam. Toch zit die gedachte ergens in mij, alsof zij ooit zonder mijn toestemming is geïnstalleerd.

Mijn moeder waarschuwde mij vroeger voor mannen. Als een man aardig tegen je doet, zei ze, wil hij alleen maar met je naar bed. Waarschijnlijk wilde ze mij beschermen. Maar het kinderbrein maakt zijn eigen vertaling. Ik hoorde: een man is niet aardig omdat hij mij werkelijk leuk vindt. Als ik wil dat hij aardig blijft, moet ik hem misschien geven wat hij wil.

Mijn vader zei wanneer ik krengerig deed: ‘Och, de arme man die jou treft.’ Ik hoorde: een man krijgt een rotleven wanneer jij jezelf bent. Wees dus niet lastig, boos of veeleisend.

Mijn ouders leerden mij gehoorzamen. Gelukkig leerden ze mij óók mijn hersens te gebruiken. Als iemand zei dat ik linksaf moest terwijl rechts de goede weg was, moest ik zelf nadenken. Dat heeft mij waarschijnlijk beschermd. Ik heb mij seksueel nooit volkomen stemloos of gedwongen gevoeld. Ik kon beslissen en gaf toestemming.

Toch zie ik nu verschil tussen toestemming geven en werkelijk iets verlangen. Ik kon ja zeggen zonder dwang, maar ook zonder eerst te vragen: wil ík dit?

Daarom huiver ik wanneer mensen zeggen dat kinderen tegenwoordig niet meer gehoorzamen en ouders gewoon strenger moeten zijn. Een gehoorzaam kind is niet automatisch een veilig kind.

Natuurlijk moeten kinderen leren luisteren. Ze mogen niet zomaar de straat oprennen en hoeven niet over iedere bedtijd uren te onderhandelen. Maar ze moeten óók leren dat volwassenen zich kunnen vergissen. Dat ze hun ongemak serieus mogen nemen. Dat aardig zijn niet betekent dat ze altijd moeten meewerken. En dat hun lichaam nooit een betaalmiddel is voor aandacht, cadeaus, liefde of een etentje.

Ouder zijn is balanceren op een dun koord. Beschermen zonder angst door te geven. Begrenzen zonder de eigen wil te breken. Waarschuwen zonder de wereld voorgoed onveilig te maken. Liefde geven zonder dat een kind denkt die met aangepast gedrag te moeten verdienen.

Geen ouder blijft altijd precies op dat koord. Goedbedoelde woorden kunnen verkeerd landen. Een terloopse opmerking kan tientallen jaren later nog als waarheid in iemand leven. Dat maakt ouders niet automatisch schuldig en kinderen niet dom. Het laat zien hoe kwetsbaar wij zijn voor de betekenis die woorden krijgen.

Misschien moeten we kinderen vooral leren naar anderen te luisteren zonder hun eigen stem kwijt te raken.

En misschien moet ik dat zelf ook nog leren: iemand mag aardig voor mij zijn zonder dat ik iets hoef terug te betalen. Zelfs wanneer hij de rekening heeft voldaan.

← Praat ik teveel → Halus en Kasar