De vrijheid om onbelangrijk te mogen zijn

Ooit las ik “vrijheid is overbodig wezen”. De woorden van een rebelse kunstenares. Wie het was, weet ik niet meer.

Niet nodig hoeven zijn. Niet onmisbaar hoeven zijn. Niet voortdurend hoeven bewijzen wat je waard bent.

Wat een vrijheid.

Maar hoe verhoudt die zich tot mijn verlangen om ertoe te doen?

Laatst hoorde ik over twee begrippen uit de Javaanse cultuur: halus en kasar. Verfijnd en grof. Voorzichtig en direct.

Het zette me aan het denken.

Met een scherpe opmerking krijg je de lachers op je hand. Maar wie het mikpunt is, lacht niet mee. En tegen gelach valt weinig in te brengen.

Denken dat je onbelangrijk bent en er vanuit gaan dat je woorden er niet toe doen. Betekent nog niet dat je woorden niet kunnen kwetsen.

En hoe zit dat eigenlijk bij mezelf?

Ik heb mijn leven lang gemakkelijk ingestemd met kritiek. Maar complimenten? Die sprak ik liever tegen.

Alsof zelfkritiek bescheiden is. En trots verdacht.

Hoe halus ben ik eigenlijk voor mezelf?

Ik wil gezien worden. Maar niet voortdurend beoordeeld. Gewaardeerd worden. Maar niet afhankelijk zijn van waardering.

Ertoe mogen doen, zonder onmisbaar te moeten zijn.

← Een gehoorzaam kind → Onmacht