Mijn vader

Quarantaine-tijd, een gesprek met mijn vader

Geschreven voor het PMB Communique 29 april 2020

De jeugdverhalen van mijn vader komen los over de oorlogstijd. Hij heeft drie oudere broers en een jonger zusje. Mijn vader was 10 toen de oorlog afgelopen was. Zijn vader werkte als ambtenaar voor de gemeente Amsterdam. Zijn oudste broer, Frans, werkte in Texel op een boerderij. Zijn broer Piet zat ondergedoken in een gebouw van de gemeente Amsterdam. Broer Daaf en zusje Anneke waren thuis.

Broer Frans zorgde dat er vanuit Texel eten verscheept werd tijdens de hongerwinter. Dat ging mee met Stânfries, een beurtschipper. Neef Feenstra van Stânfries (volle neef van mijn vader), zorgde dat het eten bij de familie in Amsterdam kwam. Broer Daaf, haalde, zodra het schip er was, de kist op. In die kist zat een grote zak met tarwe en tussen de tarwe zaten eitjes verstopt. Mijn vaders vader kreeg de eitjes, die was gedurende de hongerwinter heel ernstig ziek. Mijn vader maalde dan de tarwe meel, waar zijn moeder dan brood van bakte. Verder zat er nog wat groente en peulvruchten in de kist.

Omdat mijn vader te jong was om opgepakt te worden om te werk gesteld te worden door de Duitsers, was hij degene die in de rij moest staan voor de gaarkeuken en de vieze, groene, zanderige erwtendrab, die ze soep noemde. De soep werd vervoerd in een groot blik. Tot de dag van de vandaag heeft mijn vader een hekel aan erwtensoep. Op het netvlies van mijn vader staat nog steeds gegrift hoe de buurjongen, het deftige zoontje van de dokter, van de straat likte omdat hij zo een erge honger had.

In die strenge koude hongerwinter zat mijn vader eerst nog met zijn dikke winterjas aan in de klas, maar al gauw moesten alle kinderen maar thuis blijven. Het werd heel stil op strat, toen. Op zijn autopetje croste hij door heel Amsterdam, van de Admiraal De Ruyterweg naar de Dam en andere delen van de stad en dan weer terug. Mijn vader zag op één van zijn ontdekkingsreizen door de stad iets wat in zijn ogen vuurwerk hoog in de lucht was, hij vond het mooi. Dat er vervolgens een vliegtuig rokend, langzaam uit de lucht kwam vallen en ergens in de stad neerstortte, begreep hij pas later.

Hij herinnert zich nog goed dat hij, toen hij zeven was in 1942, hij difteritis (kroep) kreeg. Quarantaine tijd voor de hele familie, zes weken niet de deur uit mogen want Jantje was besmettelijk. Dat Jantje op 2 november de cadeautjes voor zijn verjaardag kreeg

en op 3 november tegen zijn moeder zei: “mam ik voel me niet zo lekker”.

Zei zij, “ga maar naar school, je mag straks met je nieuwe speelgoed spelen”. Dat hij na school thuis kwam, dook hij gelijk in bed met de gordijnen dicht.

Toen hij zich de volgende dag nog niet lekker voelde heeft zijn moeder gauw de dokter gebeld. Dat de dokter kwam en difteritis vaststelde, ging gelijk de

quarantaine tijd voor de hele familie in. Gelukkig was er op dat moment net een goed werkend vaccin. Jantje voelde zich na drie dagen alweer beter.

Mijn vader denkt nu dat er ook nu snel een vaccin komt. Net als toen..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *