Mijn moeder

Wie durft een beetje dwars te zijn?

Geschreven voor het Corona Communique 7 mei 2020

Mijn moeder zegt: “Ik kan me niet zo heel druk maken om de kindjes die nu niet naar school gaan en thuis opgehokt zitten. Ik denk dat die winter dat ik niet naar school kon, erger was”. Zij heeft een paar sterke flashbacks aan de hongerwinter. Zoals de rauwe bruine bonen die als geleide loze projectielen de keuken rondvlogen. Mijn moeder verwondert zich nog: hoe kon het dat we in dat kleine keukentje paste? Het was echter de enige plek in huis waar ze niet bijna doodvroren en de kou niet helemaal in hun botten kroop.

Ik vroeg: “wie gooide naar wie?” Bleek het haar moeder te zijn die gooide. Ik ken mijn oma als een gedistingeerde, respect afdwingende dame. Niet iemand die ooit met rauwe bonen zou gooien. Oma trouwde pas na haar dertigste met mijn opa. Opa een tweede generatie zeer verlegen, Italiaanse gastarbeider, die voor zijn 30ste al kaal was. Voor oma een beetje beneden haar stand, met die Italiaanse lawaaiige familie. Maar oma huwelijksrijp na de eerste wereldoorlog met twee oudere zussen en een flink tekort aan mannen, mocht zich gelukkig prijzen een man gevonden te hebben.

Mijn oma’s oudste zus woonde bij hun in huis. Ik herinner me haar nog goed, een schriel dametje, de eeuwige ouwe vrijster, met angsten voor openbare toiletten. Mijn oma en haar zus werkten bij Hirsch, opa bij Brocades.

Mijn moeder geboren in 1940 had in die hongerwinter naar school gemoeten. Maar uitgemergeld en verzwakt als ze was, door altijd honger te hebben in haar nog korte leventje, kon als vierjarige niet op haar benen staan. Oma duwde haar in een wandelwagentje van hot naar her. Vanaf de Da Costakade, helemaal naar Sloten, om wat ze nog hadden aan sieraden en wat textiel wat ze van Hirsch kregen, te ruilen voor eten. Of al rollend met tante en haar moeder in het wandelwagentje naar de dokter.

Bij de Bosboom Toussaintstraat straat sloeg tante af en werd mijn moeder naar de dokter gereden. Daar vloog de vierjarige krijsend onder de tafel. De enorme injectiespuit met de aanvullende vitamines tegen Engelse ziekte waren vreselijk pijnlijk. Mijn moeder zou overleden zijn aan de honger als de werkgever van haar vader geen medicijnen had meegegeven. Mijn moeder vertelde, ik noemde het gaten, gaten in mijn handjes

en voetjes. Van de andere zus van mijn oma, de diacones, kreeg ze prachtig geborduurde slofjes, om de verkleumde pijnlijke voetjes wat zachtheid en warmte te geven.

Mijn moeder is nu mantelzorger van mijn vader. Dit jaar hebben ze hun kroonjaar, mijn moeder wordt 80, mijn vader 85 en ze zijn samen 60 jaar getrouwd. Mijn moeder besloot weken voor onze premier dat ze in quarantaine moesten. De fysieke gezondheid van mijn vader is broos, maar ondanks dat houden ze de moed erin. Al had voor mijn vader de quarantaine niet gehoeven.

Als het mijn tijd is, is het mijn tijd, zei hij. Maar ze Zoomen, duo-Googlen en bellen erop los. En hoe verontwaardigd mijn moeder ook was dat haar schoonzus de hele familie op bezoek had met Pasen, zette ze vorige week wel een heel creatief rekensommetje in de groepsapp. Wie durft een beetje dwars te zijn? Op zaterdag 9 mei of zondag 10 mei? “Wij mogen 2 mantelzorgers op bezoek hebben. Marjolein woont hier al. Zij kan boven zitten met 2 bezoekers. Wij beneden met 2 mantelzorgers. Boven komt stiekem naar beneden. Daar staat dan het volgende klaar:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *