Er zit een vrouw in het zand. Haar handen maken torentjes, muurtjes, een grachtje dat steeds weer instort en opnieuw wordt gemaakt.
Naast haar een kind. Vol overgave. Zand op haar knieën, haren in de war, een lach die nergens aan twijfelt. “Hier komt de deur,” zegt het kind. En zonder te kijken of het goed is, drukt ze haar duim in het torentje.
De vrouw glimlacht. Ze doet mee. Vormt een dakje, veegt iets glad. En ergens, heel licht, schuift er iets tussen haar en het moment. Alsof er iemand achter haar staat. Niet zichtbaar. Maar voelbaar.
Kijkt ze wel goed? Doet ze het wel leuk genoeg? Is ze zoals een oma hoort te zijn? Haar schouders spannen een beetje aan. Haar handen worden net iets voorzichtiger.
Het kind merkt het niet. Die bouwt door. Praat. Lacht. En dan, heel even, voelt de vrouw iets anders. De warmte van de zon op haar rug. De kleine hand naast de hare. Het zand dat door haar vingers glijdt.
Ze kijkt naar het kind. Niet naar hoe ze het doet. Niet naar of het goed is. Gewoon… naar haar. En iets in haar zakt een beetje. Alsof die onzichtbare ogen even wegkijken.
Of misschien… minder belangrijk worden.
Ze haalt adem. “Zullen we er nog een toren bij maken?” vraagt ze. Het kind knikt enthousiast. En zonder het perfect te willen doen, zet ze haar hand weer in het zand.

Als je hier iets in herkent. Mail me mailme@mailevelien.nl of app me 0627249972
← Als het schuurt → Alsof het nooit genoeg is
Voor iedereen is werkgeluk wat anders. Wat maakt jou werkgelukkig?
